Inbrekers
De wereld bestaat niet alleen uit brave burgers. Sla de krant open, scrol op je telefoon of zet de televisie aan en je maakt kennis met grote en kleine rotzakken M/V. Meestal M.
Zondagochtend half tien. De deurbel. Als ik opendoe staat er een politieagent voor mijn neus. “Niet schrikken” zegt hij. “Er is vannacht ingebroken hier in de straat. Heeft u misschien een deurbelcamera of heeft u iets gezien of gehoord?” Helaas voor de agent heb ik lekker geslapen en gebruiken wij het raampje om te zien wie er voor de deur staat. De rotzakken van dienst blijken een paar huizen verder bij het oudste echtpaar in de straat binnen te zijn geweest. Jaren geleden zat ik eens met een winkeldief op de politie te wachten. De dief vertelde dat hij niet zo goed begreep waar ik mij druk over maakte. Hij had toch geen oud vrouwtje beroofd, dat zou pas erg zijn. Het moreel besef is er bij de boeven in de afgelopen jaren duidelijk niet op vooruit gegaan. In datzelfde jaar hing er op een mooie zondagmorgen een stuk ijzerdraad met een lus door onze brievenbus. De inbreker had hiermee een poging gedaan om de deur open te doen, maar had geen rekening gehouden met het nachtslot. Kansloos moet hij gedacht hebben. Het was daarna jaren rustig in ons straatje, maar de inbrekers zijn terug. Een paar weken geleden liep het nog goed af. Toen kroop er een man ’s avonds over de daken. De sukkel sprong of viel, dat is niet duidelijk, naar beneden en werd daar door buurmannen overmeestert. Hij is per ambulance afgevoerd. Deze keer was het dus wel raak.
Er hangt een vreemd soort romantiek rondom het inbrekersgilde. Er worden boeken over geschreven. Als je via een tunnel een bankgebouw binnendringt, maak je kans op een film. Misschien dat die jongens van het Drents museum en die oude Roemeense helm daar ook nog eens voor in aanmerking komen. Loosers die inbreken bij een bejaard echtpaar zullen het moeten doen met een vermelding in een Praatje van Roon.
